Voorhangprocedure vereist geen raadsbesluit

Door Douwe Jan Elzinga Geen reacties

Colleges vragen regelmatig voorafgaande aan de besluitvorming of er nog wensen en bedenkingen zijn vanuit de gemeenteraad. Bij bijvoorbeeld ingrijpende besluiten moet het college dat doen. In andere gevallen kunnen raad of college daarom vragen. De wensen en bedenkingen zijn adviezen en hoeven niet te worden opgevolgd. Om die reden is het belangrijk dat in beginsel alle opmerkingen in dat advies aan het college worden verwerkt en dat niet bij raadsbesluit door een (coalitie)meerderheid wordt beslist of er wel of geen bedenkingen zijn.

Wensen en bedenkingen vanuit de gehele gemeenteraad zijn cruciaal‘

In het novembernummer van het blad Raadsledennieuws schrijven Olaf Schuwer en Gerrit Hagelstein over het belang van de voorhangprocedure. Zij bepleiten een ruimer gebruik van dit middel omdat het een goed draagvlak kan scheppen voor collegebesluiten. En het is ook een goed middel om een politiek debat te voeren en na te gaan waar de voetangels en klemmen van een voorstel liggen. Bij de dualisering zijn veel bestuursbevoegdheden overgegaan naar het college, maar tegelijkertijd werden er nieuwe instrumenten ingevoerd om de betrokkenheid van de gemeenteraad te waarborgen. De voorhangprocedure, waarbij de raad bijvoorbeeld bij ingrijpende besluiten wensen en bedenkingen kan inbrengen voordat het college besluit, is één van die instrumenten. Hagelstein en Schuwer schrijven ook dat deze procedure uit moet monden in een raadsbesluit waarin de wensen en bedenkingen worden neergelegd. Niet fracties of raadsleden zouden hier maatgevend zijn maar de raad als bestuursorgaan. En dat betekent dat een raadsbesluit geboden is. Maar in de praktijk betekent dit dan vaak dat een raadsmeerderheid (de coalitie) geen wensen of bedenkingen heeft of zelfs het voorstel aanmoedigt en daarmee afziet om ook echt van de voorhangprocedure gebruik te maken, terwijl de wensen en bedenkingen van de oppositie geheel worden genegeerd. Er is immers dan geen raadsbesluit met wensen en bedenkingen dat aan het college wordt aangeboden. Als reactie op het artikel van Hagelstein en Schuwer schrijven de griffiers van Etten-Leur en Breda – Wim Voeten en Paul Piket – dat deze wijze van handelen erg onbevredigend is (zie elders op dit blog). Bij de voorhangprocedure zou kunnen worden volstaan met het notuleren van de wensen en bedenkingen zodat het college bij de besluitvorming met alle opmerkingen uit de raad rekening kan houden. Iedereen krijgt dan het zijne en er ontstaat in dit geval geen onderscheid tussen de opmerkingen van de (coalitie)meerderheid) en de (oppositie)minderheid. Dat voorstel van Voeten en Piket is van een grote eenvoud en kan nogal wat ongemak bij de toepassing van de voorhangprocedure opruimen. En het is ook in de geest van de wettelijke bepaling die in 2002 is ingevoerd (art. 169 lid 4 Gemeentewet). In dat voorschrift staat dat het recht om wensen en bedenkingen te geven is voorbehouden aan de raad. En dat gaat het uiteraard om de raad als bestuursorgaan, maar dat betekent niet per se dat er ook een raadsbesluit moet worden genomen. Een inventarisatie van andere aard is niet in strijd met de wet. Met andere woorden: het mag bij raadsbesluit, maar het hoeft niet. Belangrijk is ook het verband met de actieve informatieplicht die destijds eveneens is ingevoerd. Het college moet ook op eigen initiatief en op basis van tussen raad en college overeengekomen criteria informatie aan de raad verstrekken. Deze criteria die bepalen welke informatie voor de raad cruciaal is – bijvoorbeeld bij projecten boven een bepaald bedrag etc. – kunnen ook worden gebruikt om af te spreken in welke gevallen voorhang van ingrijpende voorstellen gewenst wordt geacht. En in dat geval kan langs de lijn van voorhang en langs de lijn van een goed doordachte actieve informatieplicht de controlerende en sturende rol van de lokale volksvertegenwoordiging verder worden versterkt.

Deel dit artikel!

Geef een reactie