Specialistische jeugdzorg moet weg bij de gemeenten

Door Douwe Jan Elzinga Geen reacties

Premier Rutte moet ingrijpen

Veel gemeenten worden geconfronteerd met immense financiële tekorten vanwege de jeugdzorg, waardoor er ook geen geld meer is voor allerlei andere dossiers. Bedrijfsmatig zijn deze gemeenten in feite failliet, waardoor het stelsel van lokale democratie onder grote druk is komen te staan. Oorzaak is een weeffout bij de decentralisatie in 2015 die moet worden gerepareerd. Ook als er nog honderden miljoenen extra in de jeugdzorg worden  geïnvesteerd, zal het probleem blijven bestaan. De noodzakelijke reparatie gaat niet komen van BZK en ook niet van de bewindslieden die verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg. Daarom zou premier Rutte zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en tot een ingreep moeten besluiten.

Molensteen om de nek van de gemeenten is onaanvaardbaar

In alle delen van het land worden analyses gemaakt van de immense problemen in de jeugdzorg. In deze rapportages zijn er constante en gemeenschappelijke bevindingen. Sterk oplopende miljoenentekorten bij talrijke gemeenten en dreigende faillissementen bij een hele reeks jeugdzorg-instellingen. Veel bureaucratie, langere wachtlijsten, oplopende kosten per kind en geen afname van het beroep op de specialistische jeugdzorg zoals beoogd. In de provincie Drenthe bijvoorbeeld is het tekort van de gemeenten opgelopen tot meer dan 20 miljoen euro. Voor de jeugdzorg-instellingen zijn in deze betrekkelijk kleine provincie – 12 gemeenten, bijna een half miljoen inwoners, even veel als Den Haag – de extra administratieve lasten opgelopen naar bijna 3 miljoen euro. De middelen die gemeenten, wijkteams en verwijzers nodig hebben betreffen eveneens vele miljoenen. Evenals elders in het land wordt aangenomen dat sinds de decentralisatie van 2015 ongeveer 30 % van het beschikbare budget voor kwetsbare kinderen opgaat aan regels, regelaars, bureaucratie en ambtenaren. In Drenthe worden ongeveer 15.000 kinderen geholpen in de Jeugdzorg. Dat aantal is de laatste tijd niet of nauwelijks groter geworden, maar de kosten per kind zijn wel spectaculair gestegen. Ook Intrakoop – een belangrijke inkoopcoöperatie – stelde op basis 268 jaarverslagen van jeugdzorg-instellingen – vast dat een kwart van de instellingen in de rode cijfers is beland en de verwachting is dat er de komende twee jaar vele kopje onder zullen gaan. Het personeelsverloop in de jeugdzorg is dramatisch. Velen verlaten het zinkende schip, waardoor de jeugdzorg op een ramp afstevent. Ook als de rijksoverheid er nog honderden miljoenen in gaat stoppen, zal het probleem blijven en dat komt omdat de in 2105 gekozen structuur in de kern ondeugdelijk is. Allerlei belangrijke voor-vragen zijn toen niet gesteld en het is belangrijk dat nu wel te doen. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Waarom behoort bijvoorbeeld de volwassen-psychiatrie tot de medische sector van huisartsen, specialisten, klinieken en ziekenhuizen, terwijl de kinderpsychiatrie in de wereld van de gemeenten is beland? Een veel gehoord antwoord is dan dat de specialistische jeugdzorg nauw verwant is met de welzijnszorg voor gezinnen en met de gedachte van integraliteit in de welzijnszorg. Maar ook bij volwassen-psychiatrische problemen zijn deze dimensies ten volle aanwezig. Dat de allereerste signalering van jeugdzorg-problemen op het lokale vlak ligt – in een samenwerking tussen huisarts, wijkverpleegkundige, school en een sociaal wijkteam – is alleszins te rechtvaardigen, maar er is eigenlijk geen enkele dwingende reden om de tweedelijns zorg en de gespecialiseerde jeugdzorg te verbinden aan 355 gemeenten. Wie zou voorstellen om de psychiatrische behandeling van volwassenen te koppelen aan gemeentelijke invloed moet zelf dringend worden opgenomen. Er zijn daarom vele redenen om het systeem van de jeugdzorg zo spoedig mogelijk te ontvlechten. Eerstelijns signalering behouden bij de gemeenten en de specialistische jeugdzorg naar de medische/semi-medische sector waar deze thuis hoort. Op die manier kan ook de geheel onaanvaardbare financiële molensteen om de nek van de gemeenten worden opgeheven. En omdat vele gemeenten de financiële eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen en op het punt staan om te vallen, zou premier Rutte hier persoonlijk in moeten grijpen.  

Deel dit artikel!

Geef een reactie